Opstijgend vocht of optrekkend vocht kan worden gedefiniëerd als het optrekken van uit de grond afkomstig water en de vochtdoorlatende structuur van een muur. Het water stijgt op in de poriën (capillairen) van het metselwerk onder invloed van een proces dat ‘capillariteit’ wordt genoemd. Met andere woorden: de muur werkt als een spons. Dit alles gebeurt boven het maaiveld.
Grondwater bevat kleine hoeveelheden oplosbare zouten. Deze worden in oplossing met het grondwater mee in de muren getransporteerd en blijven achter wanneer het water verdampt. Dit impliceert dat, zelfs wanneer het opstijgend vocht onder controle wordt gebracht door het aanbrengen van een vochtwerende laag, deze zouten op zich verantwoordelijk kunnen zijn voor het vochtig blijven van de muur en de door zouten aangetaste afwerkingslagen.