Veel huizen kampen met condensatie en natte muren. Deze kan je vermijden door een efficiënte ventilatie en een goede constructie. Het is een hardnekkige fabel dat vochtproblemen ontstaan door te isoleren. In ons klimaat is vocht de grootste vijand van de woning. Dat vocht is afkomstig van regeninval, of stijgt op vanuit de grond. Je krijgt ook vocht in je huis door het te bewonen, bijvoorbeeld door te koken of te wassen. Vocht dat van buiten komt, moet je uit de woning houden door goede constructieve ingrepen zoals kelderdichting, geveldichting, injecteren, enz. Vocht binnen de woning moet je naar buiten ventileren.
Door een huis te bewonen produceer je veel vocht. Elke volwassene zweet per dag - bij rustige activiteit - 1 liter vocht uit. Samen met koken en wassen brengt dat dagelijks 10 tot 20 liter vocht in de woning. In een slecht geïsoleerde woning condenseert dat vocht op de koudste oppervlakken, zoals glas of metaal. Ook in een geïsoleerde woning kan condensatie ontstaan, op plaatsen waar de isolatie ontbreekt of niet goed is aangebracht. Die plaatsen noemt men koudebruggen. Ook op moeilijk te ventileren plaatsen of hoeken krijgt men last van condensatie en vorming van schimmels.
Ventilatie is de énige manier om vocht buiten te krijgen en de lucht in je woning te verversen. Door ventilatie gaat energie echter verloren, omdat je koude lucht naar binnen brengt en warme lucht naar buiten ontsnapt. In een zuinige woning, met ca. 5 cm isolatie in de buitenmuren en 20 cm in het dak, zorgen die verliezen zelfs voor de helft van alle warmteverlies! De kunst is dan ook om te ventileren met zo weinig mogelijk energieverlies. De klassieke manier van ventileren in België is eenvoudigweg de ramen een tijdje openzetten. Hierdoor krijg je al snel te veel koude lucht naar binnen, zelfs met een kantelraam. Bij zeer koud weer gaan meestal helemaal géén ramen meer open, zodat het erg muf wordt. Het is dus géén goede oplossing.